|
CHRISTOPHE VAN GERREWEY
LAUWEREYNS / PALMER / LEUS
BART BAELE
CHARLOTTE MUTSAERS
HERAKLEITOS
MICHAEL PALMER
TONNUS OOSTERHOFF
PETER VAN LIER
ARNOUD VAN ADRICHEM
PAUL CLAES
ELISABETH TONNARD
VROMAN/ LAUWEREYNS/ JUCHTMANS
JEAN-MARIE BYTEBIER
MARK BOOG
ERIK SPINOY
ALFRED SCHAFFER
PHILIPPE BECK
PETER HOLVOET- HANSSEN
SASKIA DE JONG
ALBERT BONTRIDDER
MARTIN REINTS
MARC KREGTING
ANNEKE BRASSINGA
DIRK VAN BASTELAERE
IETS VAN NIETS
K. SCHIPPERS
JAN LAUWEREYNS
PAUL DEMETS
LUCAS HÜSGEN
MIGUEL DECLERCQ
HUGO CLAUS
ALEA
PETER VERHELST
PAUL BOGAERT
Sitemap
Home
|
|
file:\\ druksel \ fondslijst \ lauwereyns \ bloembed \de smedt
Erik de Smedt in 'De leeswolf', nr. 4, 2004, p. 302
Geïnspireerd door contacten met dichters en gedichten op Poetry International 2003, schreef Jan Lauwereyns een essay over 'goede poëzie'. Zijn stelling is dat ook raadselachtige, weinig gebruiksvriendelijke gedichten wijzen op een verborgen agenda van de dichter als wereldverbeteraar. Met moraliserende poëzie kom je er niet meer in deze tijd. De waarheid vind je achter de coulissen. Fijnzinnig commentarieert hij gedichten van Chris Abani en Jalal El-Hakmaoui: geweld niet met geweld beantwoorden, maar met de meest basale ethische keuze, die voor het leven - "zacht groen mos dat de brokkelende muren streelt". In dialoog met Pasolini, Blanchot en Van Bastelaere diept hij de gedachte uit dat het goede is wat te voorschijn komt na ontkenning. Poëzie van de Chinese dichter Che Qianzi (scherpe flarden uit een droom) en van Paul Bogaert (uit 'Circulaire systemen') toont dat de dichter dwangmiddelen gebruikt om de blik van de lezer vast te houden. Concentratie op het banale detail "creëert tijd en ruimte waarin nieuwe inzichten geboren kunnen worden". Poëzie heeft iets van het 'fire farming' dat de Australische aborigine doet: het dorre gras in brand steken zodat kleine scheuten tussen de as een kans krijgen om tot iets gezonds uit te groeien. Lauwereyns essayeert verfrissend en onpretentieus, met zijsprongetjes naar de wetenschap en een open mondiale blik. Het postscriptum is het gedicht "Vier vergelijkingen bij een lijk". Het bewijst dat ook zijn poëzie niet stil is blijven staan. Typografie en vormgeving van dit boekje zijn een lust voor het oog.
|