spacer
Contact Fondslijst Deelnemers beurs 1998-2006 Archief Links

ARNOUD
    VAN ADRICHEM

fragment

terug naar fondslijst

o home

 

De stelligheid van de dichter Arnoud van Adrichem

In 2008 verscheen de debuutbundel 'Vis' van Arnoud van Adrichem. Bij een eerste lezing al is het aantrekkelijke van deze poëzie de zelfverzekerdheid, de stelligheid waarmee de dichter zin na zin een gedicht opbouwt. Hij tekent een moderne wereld van communicatie, poëzieboeken, onnadenkendheid, clichébeelden, beeldverhalen, reclameboodschappen. Er wordt een 'condition humaine' van tekens geschetst. De bundel is in acht cycli verdeeld. Elk onderdeel is een pars pro toto. Grif (de communicatiemiddelen), Knop (het geld), Wreef (het lichamelijke), Oogst (het voedsel, de culturele input), Zand (de onvruchtbaarheid van de wereld, het postmodernisme als woestijn), Lucht (de ijle wereld van het denken), Bal (de lyriek als spel en de mens als speelbal), Peer (de appel als de zonde en daardoor de taalverwarring, de afbeelding van de werkelijkheid door Cézanne).
In de bundel worden we voortdurend aangesproken door een Big Brother-achtige instantie. Het is de consumptiemaatschappij die ons dwingend oplegt hoe er geleefd moet worden, wat gedacht moet zijn. (Alleen al hierom is dit werk verfrissend voor de huidige poëzie: de maatschappij wordt toegelaten en daardoor kan ontsnapt worden aan het kleinburgerlijk gepriegel.) Maar het woord wij impliceert ook dat er een gemeenschap is, geen deling of alternatief. De lezer en de dichter zitten samen in die maatschappij, in het stramien van de imperatieven. Als er van schuld sprake zou zijn, dan is iedereen schuldig. Omdat de hedendaagse mens wordt aangesproken door een instantie die met hem te doen heeft, wordt alles zacht en verdraagzaam. Elke oppositie is verlamd en onmogelijk gemaakt.
De eerste zin van elk gedicht komt overduidelijk uit de wereld van de gesproken taal. Er is vanuit alle hoeken een veelheid aan stemmen. Er is gewone spreektaal, er zijn letterlijke citaten uit Engelstalige poëzie, er zijn verwijzingen naar de cultuur (Beckett: 'Wij falen beter dan anderen proberen.' Of Wallace Stevens 'De zon als de zon.', verwijzend naar 'Add this to rhetoric'), referenties aan popcultuur (men zegt mij: Prince), enz. De dichter is hier niet meer autonoom in die zin dat zijn gedicht een louter ding is maar een machtige heerser die de wereld in het gedicht dwingt. Of vanuit een ander perspectief: hij is een spons die de wereld opneemt. Hij relativeert vanuit een bewustzijn: 'Hoeveel verwijzingen telt u? En hoeveel letterlijke citaten?'.
Arnoud van Adrichem is een criticus van deze wereld, van deze gemaakte emoties en identiteiten. Dit is het krachtige van deze poëzie: er wordt kritiek vanuit de wereld op de wereld gegeven en niet vanuit een vreemde, achterhaalde visie. Ook daarom is de bundel 'Vis' zo relevant. Hoe belangrijk de werkelijkheid is, toont deze zin: 'De gedachte aan wit / volstaat niet om de wereld onder te sneeuwen.' Het denken is ondergeschikt aan het reële. Niet het rationalisme maar het empirisme is een geschiktere manier om de wereld te zien. De opeenvolging van de zinnen lijkt soms op een clip of op het zappen. De beelden zijn associatief en niet noodzakelijk logisch met elkaar verbonden. Maar dit betekent niet dat wat gezegd wordt, onzinnig is: het is het geheel dat er als een blok staat. We kunnen denken aan 'Poisson soluble' van André Breton, ook al is het een ontkenning van dit procédé: het bewustzijn wordt niet uitgeschakeld.
Vis? De mens is als een vis. De conditie van deze tijd is het vloeibare. We hebben geen grenzen meer, we vellen geen oordelen. We happen als een goudvis. 'Het landdier in u blaat maar blaat maar heel zachtjes.'
Druksel brengt van Arnoud van Adrichem het lange gedicht 'Buiten', een 'road poem'. Ook in dit gedicht toont hij zich de observator van het moderne leve. Het gedicht beschrijft de manoeuvres, de reacties in het verkeer. Hoe edel de mens is. Er wordt gemanoeuvreerd en geïmproviseerd en alles blijkt te werken. Het verkeer als de onzichtbare hand van Adam Smith. Omdat iedereen op zijn hoede is. Zoals het verkeer een monster is, zo ook de Franse 'filosofie'. Dit gedicht is een dooltocht in wat soms als een vorm van denken gezien wordt.

'U hebt uw twijfels over Frankrijk:
mensen lijken slimmer
als ze Frans praten.'

Bibliografie:

Vis (poëzie) (2008)
Buiten (poëzie) (Druksel) (2008)

De website van Arnoud van Adrichem.



 

html by Tankred
version 2.2 - © Druksel